|
In uitvoering van de bepalingen van het arbeidsreglement.
l. toepassingsgebied
artikel 1
Algemeen
Dit reglement – "medisch vademecum" genoemd – bevat de algemene
onderrichtingen tot uitvoering van de bepalingen inzake werkonbekwaamheid
van het arbeidsreglement. Afwijkingen zijn slechts zeer uitzonderlijk
mogelijk.
Buiten de naleving van de vermelde onderrichtingen moeten personeelsleden
ook hun ziekenfonds verwittigen. Bij ziekte is deze verwittiging van belang
en afhankelijk van het zich al dan niet bevinden in de proefperiode van een
arbeidscontract en de duurtijd van de ziekte. In geval van zwangerschap/bevalling, hospitalisatie, arbeidsongeval
moet het ziekenfonds zeker
worden gewaarschuwd.
Het niet naleven van deze onderrichtingen kan aanleiding geven tot
sancties, zoals vermeld in het arbeidsreglement.
De werkgever
biedt aan de werknemers een aanvullende hospitalisatieverzekering aan
volgens de voorwaarden opgenomen in de polis hiervoor afgesloten bij Ethias
verzekeringsmaatschappij.
ll. Onderrichtingen voor het personeel
Ziekte
Artikel 2
In uitvoering van dit reglement is de controle op de afwezigheid wegens
ziekte en ongeval, anders dan een arbeidsongeval, door vzw CISO toevertrouwd
aan ADMB, Louizastraat 10 te 2000 Antwerpen, tel 03 213 92 80, fax 03 234 16
43.
Artikel 3
Verwittiging
Ingeval van arbeidsongeschiktheid tengevolge van ziekte of ongeval zal de
werknemer de werkgever of zijn aangestelde onmiddellijk, en uiterlijk tegen
09.00 uur, telefonisch hiervan verwittigen. Hierbij wordt tevens het
verblijfsadres tijdens ziekte meegedeeld.
De werknemer meldt ook zo snel mogelijk het aantal dagen ziekteverlof dat
de behandelende geneesheer heeft voorgeschreven.
Alle verwittigingen kunnen persoonlijk of door derden worden gedaan.
Artikel 4
Medisch attest
De ziek
gemelde werknemers moeten steeds een schriftelijk bewijs van afwezigheid
aanleveren.
De werknemer is
niet verplicht om voor 1 dag ziekte een medisch attest binnen te brengen.
Deze verplichting ontstaat wel met onmiddellijke ingang, van zodra de
werknemer van de hiervoor vermelde mogelijkheid op jaarbasis 3 keer gebruik
heeft gemaakt.
Bij afwezigheid
van 1 normale arbeidsdag wordt een door de werknemer ingevuld
standaardformulier aan de personeelsdienst bezorgd bij werkhervatting.
De werknemer moet uiterlijk de tweede werkdag ( bij verzending per post
geldt de postdatum als bewijs) na het begin van de arbeidsongeschiktheid een
medisch attest overmaken aan de werkgever. Dit geneeskundig attest dient te
vermelden:
- naam, voornaam en adres van de werknemer
- naam, voornaam, adres, telefoonnummer en ordenummer van de behandelende
geneesheer
- oorzaak van de arbeidsongeschiktheid: ziekte, ongeval (privé- of
arbeidsongeval), opname in het ziekenhuis, prenataal
zwangerschapsonderzoek, ….De aard van de ziekte zelf moet niet vermeld
worden
- handtekening en stempel van de behandelende geneesheer
- datum waarop medisch attest wordt afgeleverd
- begin en vermoedelijk einde van de arbeidsongeschiktheid
- toelating om al dan niet de woning te verlaten
- plaats waar de werknemer verblijft tijdens periode van
arbeidsongeschiktheid
- de vermelding of het gaat over een eerste attest, een verlenging of een
hervalling
Elke afwezigheid zonder verwittiging en niet gedekt door een medisch
attest, wordt als een ongerechtvaardigde afwezigheid beschouwd. Niet
gewettigde afwezigheid om persoonlijke redenen afhankelijk van de wil van de
werknemer en die niet vooraf toegestaan werden door het diensthoofd, zullen
in mindering worden gebracht van de nog resterende extralegale
vakantiedagen, of zo de werknemer geen recht meer heeft op deze
vakantiedagen, van zijn bezoldiging worden afgehouden.
Wanneer de arbeidsongeschiktheid langer duurt dan aanvankelijk werd
bepaald, dan moet de werknemer zijn werkgever onmiddellijk hiervan in kennis
stellen, zoals bij de aanvang van de ongeschiktheid. Bovendien zal hij
uiterlijk de tweede werkdag na het begin van de verlengde
arbeidsongeschiktheid een nieuw medisch attest bezorgen aan de werkgever.
Indien
de werknemer in de loop van zijn dagtaak het werk niet kan verder zetten
omwille van ziekte of ongeval, stelt hij/zij de werkgever hiervan
onmiddellijk in kennis. De werknemer krijgt van
laatstgenoemde de toestemming om het werk te verlaten.
De werknemer heeft dan een keuzemogelijkheid. Ofwel begeeft hij/zij zich nog
diezelfde dag naar een arts om de afwezigheid te kunnen rechtvaardigen.
Ofwel brengt de werknemer bij werkhervatting een ingevuld standaardformulier
binnen bij de personeelsdienst, zoals vermeld in artikel 4, derde paragraaf.
Indien een werknemer een afspraak maakt met een geneesheer – voor een
controle, een kleine ingreep, … - dient dit buiten de diensturen te
gebeuren. Wanneer de afspraak toch binnen de diensturen valt, worden
hiervoor wettelijk of compensatieverlof of glijuren genomen. In noodgevallen
of uitzonderlijke situaties kan in onderling overleg tussen rechtstreekse
chef, personeelsmedewerker van de betrokken dienst en de coördinator
personeelsbeleid vzw CISO, hiervan afgeweken worden.
Wettelijke uitzondering: prenataal onderzoek – zie verder.
Artikel 5
Controle
Elke arbeidsongeschikte werknemer is verplicht zich aan de controle van
een door de werkgever gemachtigd en betaald geneesheer te onderwerpen.
Werknemers die
slechts 1 dag afwezig zijn wegens ziekte, blijven aan de algemene
verplichtingen van zieke werknemers onderworpen. Zij kunnen steeds aan
controle worden onderworpen.
De controle gebeurt op de door de werknemer aangeduide verblijfplaats
tijdens de arbeidsongeschiktheid. Indien de werknemer op moment van de
controle niet aanwezig is, begeeft deze zich naar het kabinet van de
controlerende geneesheer, in navolging van het oproepingsbericht dat deze
achterlaat.
De medische controle kan ten allen tijde tijdens de afwezigheid
plaatsvinden en blijft niet beperkt tot de periode die gedekt wordt door het
gewaarborgd loon. Medische controle kan op alle dagen plaatsvinden, zelfs op
zaterdag, zondag of feestdagen.
Wanneer de personeelsleden de controle verhinderen of bemoeilijken door
niet naleving van de onderrichtingen, verwittigt de controlearts de
werkgever hiervan. Door zich te onttrekken aan controle kan de controlearts
ziekteverlof van een personeelslid weigeren. De werkgever kan bovendien
sancties opleggen die vermeld staan in het arbeidsreglement.
Artikel 6
Toekenning ziekteverlof
Onverminderd de andere bepalingen van dit vademecum, wordt het door de
behandelende geneesheer voorgeschreven ziekteverlof als gerechtvaardigd
beschouwd, tenzij de controlearts hiermee niet akkoord gaat.
Artikel 7
Expertise
Artikel 8
Werkhervatting
Artikel 9
Ziekte tijdens vakantie
De eerste schorsingsgrond bij afwezigheid telt ingeval van ziekte en
vakantie. Indien de vakantie reeds een aanvang heeft genomen en een
medewerker wordt ziek, dan telt de eerste schorsingsgrond voor de
afwezigheid, nl. vakantie. Indien de ziekteperiode start voor een gepland
verlof, dan telt de eerste schorsingsgrond voor de afwezigheid, nl.
ziekteverlof en kunnen de dagen vakantie die hiermee samenvallen,
gerecupereerd worden.
Artikel 10
Keuze behandelende geneesheer
Een arts kan voor een werknemer niet tegelijk optreden als
behandelende geneesheer en als controlearts en/of geneesheerscheidsrechter.
Profylactisch verlof
Zwangerschap
en kraamverlof
Artikel 13
De zwangere werkneemster moet de eerstvolgende werkdag, nadat
ze een prenataal zwangerschapsonderzoek heeft ondergaan dat
noodzakelijkerwijze tijdens de arbeidsuren moest doorgaan, een medisch
attest overmaken aan de werkgever.
Dit attest bevat, naast de vermelde gegevens in artikel 4 (a-d):
-
datum en uur van het zwangerschapsonderzoek
-
bevestiging van de noodzakelijkheid van het onderzoek tijdens
de werkuren
Artikel 14
Om kraamverlof te bekomen moet de
werkneemster de werkgever verwittigen van de vermoedelijke bevallingsdatum,
door middel van een attest, opgesteld door de behandelende arts en dit
uiterlijk 7
weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum (9
weken ingeval van een meerling). Tevens wordt binnen de 48 uur na de
bevalling, door middel van de juiste bevallingsdatum, door middel van een
geboortekaartje of een ander schriftelijk bewijs de werkgever verwittigd.
Bij elk bewijs moeten alle gegevens over de identiteit van de
aanvraagster worden gevoegd: naam en voornaam, afdeling, adres.
Artikel 15
Een zwangere werkneemster beslist wanneer zij met
zwangerschapsverlof wenst te gaan. Dit verlof kan ten vroegste 6 weken vóór
de vermoedelijke bevallingsdatum starten. Bij meerlingen kan zij het werk
onderbreken vanaf de 8° week voor de vermoedelijke bevallingsdatum.
Miskraam voor de 181° dag van de zwangerschap geeft geen
recht op kraamverlof.
Artikel 16
Aan een zwangere werkneemster wordt een moederschapverlof van
15 weken toegekend. Vanaf de 7° dag die de vermoedelijke bevallingsdatum
voorafgaat, moet de werkneemster alle arbeid stopzetten, tot het verstrijken
van een periode van 9 weken na de dag van bevalling.
Op haar verzoek wordt de arbeidsonderbreking na de 9° week
verlengd met een periode die gelijk is aan de duur waarin zij verder gewerkt
heeft vanaf de zesde week vóór de werkelijke datum van bevalling. Deze
periode wordt bij vroeggeboorte, verminderd met de dagen waarop gewerkt werd
tijdens de zeven dagen die de bevalling voorafgaan.
Artikel 17
Wanneer het pasgeboren kind na de eerste zeven dagen te
rekenen vanaf de geboorte in de verplegingsinrichting moet opgenomen
blijven, kan de werkneemster haar postnatale rustperiode verlengen met de
duur gelijk aan de periode dat haar kind na die eerste zeven dagen in de
verplegingsinrichting opgenomen blijft. De duur van deze verlenging(en) mag
niet meer bedragen dan 24 weken.
De werkneemster die hiervan gebruik wenst te maken bezorgt
bij het einde van de postnatale rustperiode, een getuigschrift van de
verplegingsinstelling waaruit blijkt dat het pasgeboren kind in de
inrichting opgenomen blijft na de eerste zeven dagen vanaf de geboorte en
met vermelding van de duur van de opname.
Wanneer tijdens deze verlenging, het pasgeboren kind nog in
de verplegingsinrichting verblijft, kan het verlof opnieuw verlengd worden,
via het overhandigen van een getuigschrift zoals hiervoor vermeld.
Artikel 18
Borstvoeding
Werkneemsters hebben het recht om borstvoedingspauzes te
nemen, volgens de wettelijk voorziene regelgeving.
Borstvoedingsverlof is een vorm van onbezoldigd verlof en
wordt door de werknemer bij het dagelijks bestuur van de vzw CISO
aangevraagd.
Artikel 19
Vaderschapsverlof
De werknemer heeft het recht om gedurende 10 dagen afwezig te
blijven van het werk ter gelegenheid van de geboorte van een kind, waarvan
de afstamming langs zijn zijde vaststaat. Deze dagen zijn door hem te kiezen
binnen 30 dagen vanaf de bevalling en kunnen aaneensluitend of gespreid
genomen worden. Gedurende de eerste 3 dagen afwezigheid geniet de werknemer
het behoud van loon. Gedurende de volgende 7 dagen geniet de werknemer een
uitkering via het ziekenfonds.
In geval van overlijden of hospitalisatie van de moeder, mag
de vader van het kind in de plaats van de moeder de overblijvende
bevallingsrust opnemen, volgens de wettelijk voorziene bepalingen.
Adoptie
Onderstaand artikel kan onderhevig zijn aan wijzigingen van
de geldende reglementering. Indien er wijzigingen zijn, gelden de wettelijke
bepalingen en vervallen de betrokken passages in het medisch vademecum.
Artikel 20
Toekomstige ouders die werken hebben beide recht op
adoptieverlof. Om dit te verkrijgen wordt de werkgever minstens 1 maand (=
wettelijk minim.) op voorhand op de hoogte gebracht.
Deze bekendmaking gebeurt schriftelijk, hetzij via
aangetekende brief, hetzij door afgifte van een document dat voor ontvangst
door de werkgever wordt ondertekend. De bekendmaking bevat zowel begin- als
einddatum van het adoptieverlof.
Ten laatste op het moment dat het verlof ingaat, bezorgt de
werknemer documenten ter staving van de adoptie:
-
gezinssamenstelling
-
bewijs van de voor het kind gevoerd adoptieprocedure
Bij adoptie door een werknemer, geldt een ontslagprocedure
vergelijkbaar met zwangerschap van een werknemer. De bescherming start 2
maanden voor de start van het adoptieverlof en eindigt de maand erna.
Opname verlof
Adoptieverlof wordt opgenomen tijdens de 2 maanden die volgen
op inschrijving van het kind in het bevolkingsregister (of
vreemdelingenregister) als deel van het gezin van de werknemer.
Het adoptieverlof bedraagt zes opeenvolgende weken indien het
kind nog geen drie jaar oud is. Vier opeenvolgende weken in het andere
geval.
Indien het werknemer niet het maximum aantal weken wil
opnemen, zal het verlof toch minimaal 1 week duren. Adoptieverlof wordt per
volledige week opgenomen.
Het recht op adoptieverlof verloopt op het moment dat het
kind acht jaar wordt tijdens het verlof.
Pleegzorg
Onderstaand artikel heeft uitwerking van zodra het K.B.
hierover in werking treedt. Het artikel kan onderhevig zijn aan wijzigingen
van de geldende reglementering. Indien er wijzigingen zijn, gelden de
wettelijke bepalingen en vervallen de betrokken passages in het medisch
vademecum.
Artikel 20bis
De werknemer kan, indien aangeduid en benoemd als pleegouder
door de rechtbank of door een bevoegde instantie, jaarlijks 6 dagen verlof
opnemen. Elk van de ouders heeft recht op deze dagen, zolang het aantal van
6 dagen per pleeggezin niet overschreden wordt. Voor de dagen afwezigheid
ontvangt de werknemer een bijdrage ten laste van de RVA.
Hospitalisatie
Artikel 19
Zowel bij opname in als bij ontslag uit een verpleeginrichting moeten de
personeelsleden de werkgever verwittigen, zoals vermeld bij ziekte.
Hetzelfde geldt indien na de hospitalisatie een verlenging van het
ziekteverlof wordt voorzien.
lll. Onderrichtingen voor werkgever en toezichthoudend personeel
Artikel 20
De rechtstreekse chef waakt streng over de stipte naleving van de in het
medisch vademecum opgenomen onderrichtingen en treft de nodige schikkingen
om deze voorschriften in alle omstandigheden uitvoerbaar te maken.
Ongewettigde afwezigheid wordt door de afdelingsverantwoordelijke steeds
gemeld aan de werkgever.
Artikel 21
Personeelsleden die plots onwel worden, op die manier dat zij zich niet
op eigen krachten kunnen verplaatsen, mogen op kosten van de werkgever naar
een arts, naar huis of naar een ziekenhuis worden vervoerd.
Artikel 22
De
rechtstreekse chef waakt streng over de stipte naleving van de in het
medisch vademecum opgenomen onderrichtingen en treft de nodige schikkingen
om deze voorschriften in alle omstandigheden uitvoerbaar te maken.
Ongewettigde afwezigheid wordt door de afdelingsverantwoordelijke steeds
gemeld aan de werkgever.
Artikel 23
Werknemers die plots onwel worden, op die manier dat zij zich niet op eigen
krachten kunnen verplaatsen, mogen op kosten van de werkgever naar een arts,
naar huis of naar een ziekenhuis worden vervoerd.
Artikel 24
De
werkgever of zijn aangestelde waakt erover dat het medische beroepsgeheim te
allen tijde wordt geëerbiedigd en dat derden de geneeskundige
getuigschriften en verslagen van medische onderzoeken niet kunnen inzien.
Artikel 25
Er wordt
voor de hoogst nodige tijd dienstvrijstelling verleend aan de werknemers die
naar de arbeidsgeneeskundige dienst gaan.
De
zwangere werkneemsters, of ze al dan niet vallen onder de verplichting om
zich aan de periodieke arbeidsgeneeskundige onderzoeken te onderwerpen,
staan onder medisch toezicht van de arbeidsgeneesheer. Deze treft, indien
nodig, maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de zwangere
werkneemster en voor het verschaffen van aangepaste arbeid. Hiertoe brengt
de werkgever de arbeidsgeneeskundige dienst onmiddellijk op de hoogte van de
zwangerschap van werkneemsters, door middel van een kopie van het attest
zoals vermeld in artikel 13.
Artikel 26
De
werkgever draagt zorg voor de organisatie van de nodige onderzoeken voor de
werknemers die volgens het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB)
en de wetgeving inzake welzijn en veiligheid op het werk, verplicht worden
zich aan periodieke arbeidsgeneeskundige onderzoeken te onderwerpen.
Deze
werknemers moeten na een afwezigheid wegens ziekte, arbeidsongeval of
bevalling, die op zijn minst 4 weken heeft geduurd, bij werkhervatting een
arbeidsgeneeskundig onderzoek ondergaan. Dit onderzoek vindt plaats ten
laatste binnen de week na werkhervatting. De werkgever waakt erover, in
overleg met de arbeidsgeneeskundige dienst, dat deze timing gerespecteerd
wordt.
Dit medisch vademecum wordt van kracht samen met het nieuwe
arbeidsreglement en vervangt vanaf dan het huidige medisch vademecum.
|